SARAH

I

Sarah is jarig en zit onderuitgezakt op haar favoriete leunstoel. Ja, het is de enige leunstoel in de kamer, maar ze heeft voor deze stoel een vijftal meubelboulevards afgelopen. Deze, die met elektrische voetenleuning en drinkbekerhouder de drieduizend euro aantikte, is het uiteindelijk geworden. Het is het enige cadeautje voor haar zeventigste verjaardag waar ze heel blij mee is. Voor de rest heeft ze niets gekregen. Haar zoon Bram heeft vanochtend wel gebeld. Sarah was voor de verandering een keer op tijd bij de telefoon en kon hem zo bewust laten gaan.

De wekker gaat. Het is zeven uur ’s ochtends. Sinds het overlijden van haar man maakt het haar allemaal niet meer uit, maar blijkbaar helpt het, om somberheid te voorkomen, op vaste tijden wakker te worden. Ze drukt de wekker uit, blijft zoals altijd nog even tot half negen liggen en staat dan gapend op. Onderweg naar de keuken struikelt ze en vloekt binnensmonds dat ze toch de kleinere maat pantoffels had moeten bestellen.

Ontbijt, televisie, lunch, soms brunch en eerst televisie, of daarna televisie. Daarop volgt soms een vloeibaar diner als het haar echt niets meer uitmaakt. Sarah trekt alleen de grens bij een vloeibaar ontbijt: dan komt ze wel gewoon na twaalven haar bed uit, want dan is het theoretisch lunch. Als elke week hetzelfde voelt, zijn er geen dagen meer, en dus vliegt de tijd.

Volgens de mensen om haar heen heeft ze alles: een prachtig huis, ze is fit en geniet een ruim pensioen. Daarnaast was haar man ook een grote spaarder en heeft Sarah daar de vruchten van geplukt. Een tijd lang heeft ze geprobeerd iedereen om haar heen uit te leggen dat ze liever had dat de boom nog groeide, zelfs zonder vruchten, maar uiteindelijk werd ze haar eigen verhalen zat, en besloot ze niemand deze nog te vertellen.

‘Hallo.’

‘Heee mam! Nog gefeliciteerd met je verjaardag!’

‘Dankjewel.’

‘Vind je het leuk als ik vanmiddag met de kinderen langskom?’ Ach ja, de kleinkinderen. Natuurlijk is Sarah gek op haar kleinkinderen. Maar die van haar lijken te veel op Brams ex, dus zo leuk zijn ze ook weer niet.

‘Tuurlijk!’

 

II

Het is een prachtige, zonnige ochtend waarop de vogels fluiten en je dankzij de weinige wind nu al in je T-shirt buiten kunt zitten. Woedend flikkert Sarah haar pantoffels in de vuilnisbak, nadat ze er al twee keer over struikelde. Ze moet straks ook nog eens haar zoon bellen, want ze wil graag de douchekop naar beneden stellen en daar kan ze nu niet bij. Gisteren in de supermarkt moest ze ook al iemand vragen om een product van het bovenste schap af te pakken. Ze vroeg zich af of ze dat product nog nooit eerder had gekocht, of dat ze het product hadden verplaatst.

Eén keer per jaar gaat ze met drie vriendinnen lunchen en dat vindt Sarah fantastisch. Vooral dat eerste gedeelte, dat het maar één keer per jaar is. Vriendin één lult alleen maar over haar nieuwe vriend, de ridder op de witte rollator die God een paar jaar te laat had gestuurd. Vriendin twee kan alleen maar meemompelen: ‘Ja, hmm-hmm, ja, inderdaad ja,’ en vriendin drie wordt de volgende begrafenis. Ze laat zich moe vallen op de stoel en klikt op het knopje om de voetenleuning omhoog te doen. Er gebeurt niks, haar voeten blijven op precies dezelfde plek. Ze laat zich wat naar beneden zakken en voelt de ondersteuning onder haar benen, waarna ze drie keer achter elkaar met pauzes van vijf minuten de tv-gids opnieuw doorkijkt, alsof die vijfminutenpauze nieuwe informatie of leuke programma’s toevoegt aan het kijkschema.

‘Uw suikerwaarden en bloeddruk zijn uitstekend. De uitslag van het bloedonderzoek krijgt u volgende week, maar het ziet ernaar uit dat alles prima in orde is. U mag alleen nog even op de weegschaal gaan staan.’ Sarah trekt haar kleren uit en gaat op de weegschaal staan.

‘Uw BMI is van 24,2 gestegen naar 25,8…’

‘Gaat u me nu op frietdag vertellen dat ik minder moet snacken?’

‘Haha, even kijken hoor. In het systeem staat dat u vergeleken met de vorige keer ongeveer vier kilo bent afgevallen.’ De huisarts kijkt Sarah verward aan.

‘Kunt u even met uw rug tegen deze muur gaan staan?’ De huisarts plaatst de kop van de stadiometer op het hoofd van Sarah en gaat daarna weer achter haar computer zitten.

‘U bent niet alleen afgevallen… U bent tien centimeter gekrompen.’

Sarah kan ondertussen niet meer bij de keukenkastjes. In een weggestopt laatje waar haar diploma’s ongebruikt opgestapeld liggen, pakt Sarah een geodriehoek waarvan ze wist dat ze hem nog had. Gezien het bovenste streepje op de deurpost, die ze sinds haar huisartsenbezoek nauwgezet bijhoudt, is ze nu nog maar honderdvijftien centimeter. In haar paspoort stond één meter zeventig. Ze trekt een rechte streep door haar grafiek, laat zich achterover vallen op de eetkamerstoel en kijkt verwonderd door de kamer.

Sinds Sarah doorheeft dat ze per week ongeveer drieënhalve centimeter krimpt, is ze een stuk actiever geworden. Ze ging skydiven op Texel (je mag niet kleiner zijn dan één meter vijfendertig), is twee keer naar de Efteling geweest voor de laatste keer Baron 1898 en De Vliegende Hollander (respectievelijk één meter veertig en één meter twintig) en twee keer naar haar favoriete kroeg, waar ze sinds ze de barkruk niet meer op kan klimmen nu al een tijdje niet meer is geweest.

Verstopt in bagage heeft ze in een korte tijd meer van de wereld gezien dan in al haar jaren daarvoor, maar de laatste centimeters waren ook de moeilijkste. Zo belandde ze in een vuistgevecht met een muis, vocht ze voor haar leven tegen een automatische grasmaaier en is ze drie keer per ongeluk in een put gewaaid. Uiteindelijk vindt Sarah bescherming in zo’n geel doosje uit een chocolade-surprise-ei. Uitgeput valt ze in slaap. Morgen is ze jarig. Dat betekent dat ze nog ruim een week heeft voordat ze verdwijnt.

 

III

Haar zoon baalt dat hij het autostoeltje van zijn oudste zoon heeft weggedaan. Anderzijds had hij ook nooit gedacht een nieuwe te moeten kopen voor zijn moeder. Hij was verbaasd dat zijn moeder belde om samen op vakantie te gaan. Hij was nog verbaasder toen zij vertelde wat er allemaal is gebeurd, en dat hij niet moet schrikken van zijn moeders lengte.

‘Ik word weer groter,’ had ze aan de telefoon gezegd.

Sarah zinkt op het strand weg in haar boek. Ze kijkt op en ziet haar kleinkinderen lachen en rennen. Ze glimlacht en schudt zachtjes nee van ultiem geluk. Lang was het voor haar onmogelijk om te kijken vanuit de ogen van een kind, maar nu ze dezelfde lengte heeft bereikt, is ze gelukkiger dan ooit.

Nog maar achtendertig weken tot één meter zeventig. Nog maar achtentwintig weken tot haar volgende weekendje Texel.